Vanaf 2027 gaan wij werken met btw

Het bestuur heeft besloten om vanaf 1 januari 2027 onze administratie en boekhouding met btw te gaan voeren. Dat betekent dat wij vanaf dat moment btw gaan berekenen over de onderdelen van onze inkomsten waarop btw van toepassing is. Tegelijkertijd kunnen wij dan, waar dat is toegestaan, de btw die de vereniging zelf betaalt weer aftrekken.

Waarom maken wij deze keuze? Er spelen op dit moment twee ontwikkelingen die voor onze vereniging belangrijk zijn.

1. Gemeente splitst mogelijk voortaan huur en onderhoud

Wij betalen als vereniging ieder jaar huur aan Vastgoed van de gemeente Rotterdam. Op die huurfactuur staat op dit moment geen btw. Uit het bedrag dat de gemeente ontvangt, moeten zij ook onderhoudswerkzaamheden aan de volkstuinparken betalen, waarover aannemers wel btw rekenen. De gemeente kijkt daarom naar een manier waarbij ze de btw die zij betalen voor onderhoud kunnen kunnen aftrekken – dat kunnen ze nu niet, omdat de huurfactuur zonder btw is.
Mogelijk wordt de huurfactuur gesplitst in een deel huur en een deel onderhoud. Over onderhoud kan btw worden berekend. De gemeente kan vervolgens de btw aftrekken die aannemers bij hun werkzaamheden in rekening brengen. In de huidige situatie is dat niet mogelijk, waardoor btw voor de gemeente een kostenpost is.
Als zo’n splitsing wordt ingevoerd, zal dat betekenen dat VTV Blijdorp in de toekomst een factuur ontvangt waarop bij een deel van de kosten apart btw staat vermeld.
Voor onze vereniging is het dan belangrijk dat wij zelf ook een btw-administratie voeren. Voor zover die kosten samenhangen met activiteiten waarover wij btw heffen, kunnen wij de aan ons berekende btw namelijk als voorbelasting aftrekken. Wij betalen dan niet simpelweg de btw van de gemeente of een andere leverancier door zonder daar iets mee te kunnen doen.

2. Ook onze eigen omzet speelt een rol

Er is nog een tweede reden om nu deze stap te zetten. De Belastingdienst kent voor kleine ondernemers, waaronder ook verenigingen, de kleineondernemersregeling (KOR). De omzetgrens daarvoor is € 20.000 per kalenderjaar. Wie gebruik kan maken van de KOR, brengt geen btw in rekening, maar kan de betaalde btw ook niet terugvragen.
In Rotterdam zijn inmiddels meerdere volkstuinverenigingen die met een btw-administratie werken. Sommige verenigingen hebben bijvoorbeeld veel omzet uit kantineactiviteiten, verhuur of andere activiteiten.
Ook wij hebben naar onze eigen inkomsten gekeken. Naast de bedragen die via de jaarlijkse nota lopen (stroom en water), hebben wij inkomsten uit onder andere de tuinwinkel, de kantine en de commissie die de vereniging ontvangt bij de verkoop van tuinen. Als we die inkomsten bij elkaar nemen, komen we boven de grens van € 20.000 uit.
Daarbij moet vanzelfsprekend per activiteit en per post worden bekeken welke btw-regels en eventuele vrijstellingen precies van toepassing zijn. Maar voor het bestuur is de conclusie duidelijk dat wij niet langer zonder meer kunnen uitgaan van een situatie waarin btw voor onze vereniging geen rol speelt.

Liever nu regelen dan een btw-aanslag met terugwerkende kracht

Wij willen bovendien voorkomen dat er op een later moment discussie met de Belastingdienst ontstaat over de vraag vanaf welk moment wij btw hadden moeten afdragen. Een btw-correctie kan betrekking hebben op meerdere eerdere jaren; voor btw-correcties wordt door de Belastingdienst een periode van vijf jaar gehanteerd.
Daarom kiezen wij ervoor dit niet af te wachten. We regelen het liever vooraf goed dan dat wij over enkele jaren worden geconfronteerd met een mogelijke naheffing over eerdere jaren.
Kort gezegd: liever nu onze administratie goed inrichten dan achteraf moeten repareren en ongewenste kosten hebben.

Wat merk je daarvan als lid?

Vanaf 1 januari 2027 zal de btw op de daarvoor geldende posten apart zichtbaar worden op onze nota’s. Dat betekent onder andere:

  • op de jaarnota wordt bij btw-belaste posten, zoals stroom en water, de btw apart vermeld;
  • op de aankoopnota voor nieuwe leden wordt bij posten waarop btw van toepassing is, bijvoorbeeld bepaalde commissies en eventuele andere kosten, eveneens btw berekend;
  • ook bij andere activiteiten van de vereniging bekijken wij per onderdeel of daarover btw moet worden afgedragen;

Tegenover de btw die wij innen staat dat wij de btw op daarvoor in aanmerking komende kosten en inkopen kunnen aftrekken.
Dat laatste is belangrijk. Ook nu betalen wij als vereniging immers btw over allerlei inkopen en diensten. Die btw zit gewoon in de bedragen die wij aan leveranciers betalen. En dus ook al in de bedragen die leden betalen in de winkel en kantine.
Tot nu toe kunnen wij die niet als voorbelasting aftrekken. Als wij vanaf 2027 btw-plichtig zijn, kan dat voor kosten die samenhangen met onze btw-belaste activiteiten wel.
Het is dus niet zo dat er simpelweg over onze volledige jaarnota 21% bovenop komt. We moeten per post bekijken of btw van toepassing is. Ook zullen inkomsten en uitgaven in onze administratie anders worden verwerkt.

De komende maanden richten wij de administratie hierop in. Daarbij bekijken we ook zorgvuldig welke posten belast zijn, welke eventuele vrijstellingen gelden en hoe we dit zo duidelijk mogelijk op de nota’s aan de leden kunnen laten zien.
Vanaf 1 januari 2027 gaan we vervolgens met de nieuwe btw-administratie werken. Daarmee kiezen we voor een werkwijze die past bij de omvang en activiteiten van onze vereniging en voorkomen we zoveel mogelijk financiële verrassingen achteraf.
Wij zullen in 2027 in contact gaan met de Belastingdienst hierover.