Rien staat op de tuin bekend als de chauffeur van de elektrokar en is verder, zoals hijzelf zegt, manusje van alles. ‘Als ik iets zie dat kapot is, maak ik het.’ Zoals afgesproken, tref ik hem in de buurt van het plein op deze nog kille zaterdag in februari 2026.

Het is een klusdag, dus er wordt gesnoeid en opgeruimd. Als ik Rien zie, kijkt hij net in de bakken voor oud ijzer of er niets bruikbaars wordt weggegooid. We gaan naar zijn huisje, Rien op een brommertje (met toestemming van het bestuur), want zijn longen spelen hem parten. We doen een korte ronde over zijn nette tuin, lopen om het even keurige, donkerrode, houten huisje heen en gaan binnen over tot het interview, met het oliekacheltje aan.

Waarom een tuin bij V.T.V. Blijdorp?
‘Een buurman in Kralingen, waar ik nog steeds woon, vroeg zo’n 45 jaar geleden of ik eens meeging naar zijn volkstuin.’ Rien hielp zijn vader vroeger al op diens volkstuin en was meteen verkocht. Zijn vrouw, Truus, en hun twee kinderen vonden het ook leuk. Binnen drie weken hadden ze een tuin. Helaas moest die tuin met het mooie, zelfgebouwde huisje een jaar of vijftien geleden verdwijnen voor brede watergangen rond het park. Ze wilden toen helemaal met de tuin kappen, maar lieten zich overhalen een andere tuin te nemen.

Is je tuin naar je zin?
‘Ja, als ik ’s avonds wegga met mijn brommertje, dan denk ik: Je hebt het voor elkaar, Rien, het ligt er weer mooi bij.’ Hij blijft er niet meer slapen. Truus wil er niet meer wonen.
Het is duidelijk dat Rien niet van onkruid houdt. Er zijn ook geen bodembedekkers. In de verzorgde kas staan grote potten (tegen de slakken) klaar voor tomaten en komkommers. Langs de sloot is een bed voor groente. In de vele vogelkastjes komen hopelijk weer nestjes.

Hoe was het vroeger op de tuin?
‘We woonden hier de hele zomer, van april tot september.’ Rien schat dat tot begin deze eeuw meer dan de helft van de tuinders dat deed. ‘Er was veel te beleven: toneel, playbacken, klaverjassen, samen vissen, zeskampen, filmavonden, knutselmiddagen, oogsttentoonstellingen, enzovoort. Truus en ik zaten allebei in commissies.’ Rien, die op zijn 15e in de zomervakantie al een baantje had in een garage, leerde in de praktijk het monteursvak en had uiteindelijk zijn eigen garage. Op de tuin ging hij zich als vanzelf bezighouden met het rijdend materieel.

Hoe staat het met de elektrokar?
‘Van de winter hebben we met een paar mensen de 10 jaar oude elektrokar gereviseerd en roestwerend blauw geverfd. Het is een heel handig karretje, de laadbak kan op drie manieren omhoog.’ De praktijk leert dat niet iedereen ermee overweg kan over de smalle paden, vaak met boomwortels. ‘Dat ding heeft geen vering!’

Nog iets over jezelf?
‘Ik ben al 65 jaar lid van Excelsior. Eerst een paar jaar in het betaald voetbal, nou ja betaald: drie pond schol, zelf schoonmaken!’ Rien bleef lang voetballen als amateur en haalt nu met een busje, als vriendelijke opa, drie dagen per week kinderen van school voor hun voetbaltraining. Daarnaast doet hij ook nog van alles voor zijn geliefde club. Hij laat me leuk filmmateriaal van de Excelsior Foundation zien, waar hij in voorkomt.

‘Als je terugkijkt, dan begrijp je niet hoe hard alles is gegaan,’ zegt hij. ‘Ik hoop dat ik nog zo lang mogelijk mag genieten.’ Het is duidelijk dat Rien veel voldoening haalt uit zijn uiteenlopende rollen bij Excelsior en op de tuin.

Tekst en foto: Diet van Velzel