Op 12 juli jl. hield bijenexpert Linde Slikboer een inspirerende lezing over de tuin als natuurgebied. Linde is projectleider bij EIS, kenniscentrum insecten en doet onderzoek op binnendijken naar Wilde bijen.

Het hoeft geen betoog meer dat het wereldwijd niet goed gaat met onze insecten. Het aantal is met drie kwart afgenomen en zijn er meer insecten op de Rode lijst beland. Doordat het slecht ging met de honingbij, zijn ook andere bijensoorten en insecten onder de aandacht gekomen.
Eerst liet Linde ons enkele foto’s zien van insecten die we kunnen tegenkomen in onze tuinen, zoals de doodshoofdzweefvlieg, springstaart, Grote bladsnijder en muntvlinder.

Wilde bijen in ons land

In Nederland leven ongeveer 350 verschillende soorten Wilde bijen. De bekendste is wel de honingbij, maar deze komt in Nederland nauwelijks in het wild voor. Van de bijensoorten staat ongeveer de helft op de Rode Lijst, wat betekent dat ze bedreigd worden of al verdwenen zijn.
Op enkele hommelsoorten na, leven de andere bijensoorten solitair.
Drie belangrijke factoren voor de bijen:

  1. Nestelen
  2. Voedsel
  3. Bewegen door het landschap

Nestelen: 90% van de Wilde bijensoorten nestelen in de grond, de hommels meestal in verlaten holen of in graszoden. Slakkenhuisbijen nestelen in verlaten slakkenhuizen. Een bijenhotel bedient de overige soorten. De stengels of gaten moeten ongeveer 20 cm lang zijn zonder tussenschotten. Veel bijenhotels die worden aangeboden voldoen dus niet. Koekoeksbijen, bouwen geen eigen nesten, maar profiteren van die van andere bijen. Bijen houden van droge grond en verdrinken als de tuin onder water kom te staan.

Voedsel: een honingbij is vindingrijk bij het vinden van voedsel en past zich gemakkelijk aan. Wilde bijen zijn vaak gespecialiseerd in heem- en streekeigen planten, bomen en struiken zoals de lindeboom, wilg, meidoorn en sleedoorn. De Gewone slobkousbij bijvoorbeeld haalt zijn stuifmeel alleen op de Grote wederik. De vliegafstand van Wilde bijen varieert, maar veel soorten vliegen niet verder dan 150 tot 500 meter tussen hun nest en de voedselbronnen.

Bewegen door het landschap: op oriëntatiepunten ontmoeten de bijen elkaar en laten sommige een geurspoor achter of verplaatsen zich van bloem naar bloem. Struiken, bosranden, ongelijke bodem of planten geven aan het landschap een bepaalde herkenbare structuur voor de bij.

Wat kan je zelf doen: geen gif of kunstmest gebruiken. Biologische en inheemse planten aanschaffen, spontane zaailingen laten staan. Potgrond zonder turf kopen. Minder doen zoals minder het gras maaien, de tuin niet winterklaar maken en rommelhoekjes laten ontstaan. Je kan ook een plek in de tuin ontplanten en dan kijken wat er aan komt waaien.

Na de pauze liet Linde de aanleg van haar eigen nieuwbouw tuin zien. In haar tuin bestond de grond voornamelijk uit zand. De kunststofschutting bedekte ze met tenen. Er kwam een rotstuintje met bovenop bakken met waterplanten. Op de kale plekken liet ze de natuur haar gang gaan en er kwamen allerlei wilde planten aanwaaien. Haar budget bleef klein en in droge periodes zag haar tuin er nog groen uit.

Voor meer informatie:

Websites:
Artikel in onze laatste Groene Blijdorper special:
www.vtvblijdorp.nl/inheemse-planten-heemplanten-en-biodiversiteit/
www.bijenlandschap.nl/bijenlandschap-rotterdam

Boeken:
Mijn 1000 soortentuin, door Luc Hoogenstein
De tuinjungle: tuinieren om de wereld te redden, door Dave Goulson

App om planten, dieren enz. te herkennen:
Obsidentify

Artikel en foto: Hennie van Elderen
Tuin 86