In november van het afgelopen jaar zag ik nog een ooievaar lopen. Begin februari, op weg naar de tuin, zag ik het ooievaarspaar uit de IJskelder alweer druk bouwen aan hun nest. Zijn ze eigenlijk wel weggeweest of vinden ze het inmiddels in Nederland warm genoeg om te overwinteren?

Eerst wat algemene informatie
Vanaf 1926 ging het aantal ooievaars in Nederland gestaag achteruit. Dit was een algemene tendens in West-Europa. In 1982 werd er nog maar melding gemaakt van één broedend paar in Grafhorst (Ov.). Oorzaken waren: intensivering van de landbouw en gebruik van pesticiden (DDT), maar ook droogte in het overwinteringsgebied in Afrika, de Sahel, en de jacht op ooievaars in Zuid-Europa en Afrika. De Vogelbescherming nam het initiatief om de ooievaarsstand weer op peil te krijgen. Daarom werd in 1969 het ooievaarsdorp “het Liesvelt” opgericht in Groot-Ammers (ZH), een fokstation waar met ooievaars uit het buitenland of uit dierentuinen getracht werd de populatie weer te laten groeien. Van 1979 tot 1989 zijn de jonge ooievaars uitgezet naar 12 verschillende buitenstations in potentieel geschikte gebieden. Hier konden ze zelfstandig worden en uitwaaieren in de omgeving. Deze aanpak bleek heel succesvol. In 2004 waren er weer 500 broedparen.

Bij de internationale ooievaarstelling van 2024 waren er 1750 tot 2000 broedparen
Aanvankelijk bleven de uitgezette ooievaars vooral in de omgeving van de buitenstations en nog steeds zijn er bv. in de omgeving van Meppel, Alphen a/d Rijn en Gorssel veel ooievaars te zien, maar hun leefgebied is steeds uitgebreider geworden. De meeste ooievaars zijn nu te vinden in Salland en de IJsselvallei; het rivierengebied langs de Waal en in de Betuwe; Flevoland; de Randstad en het Groene Hart; in Friesland (Beetsterzwaag) en op de grens van Overijssel en Drenthe (het Reestdal). Gebieden met drassige omstandigheden zoals uiterwaarden en veenweiden zijn favoriet. Wat voedsel betreft is de ooievaar niet kieskeurig en heeft een uitgebreid menu: kleine zoogdieren zoals muizen en mollen, maar ook jonge vogels, kikkers, regenwormen, slakken, insecten, aas en afval.

Trekroutes
Aanvankelijk gingen de pas uitgezette ooievaars niet op trek en verbleven ook ’s winters in de omgeving van de buitenstations. Uit in kaart gebrachte trekroutes door de jaren heen blijkt dat de projectooievaars en hun nakomelingen een steeds meer “wild” gedrag vertonen en op trek gaan. Dankzij het aflezen van ringnummers en meldingen ontstaat er een duidelijk patroon van de gebruikte route. Zo wordt op het kaartje van 1980-1990 de route over Frankrijk duidelijk zichtbaar.

> bekijk hier meer kaarten

Ooievaars gebruiken verschillende trekroutes om naar Afrika te gaan. Ze vermijden hierbij het oversteken van open zee. Oost-Europese ooievaars vliegen via de Bosporus, de Nijldelta en Oost-Afrika, soms helemaal tot in Zuid-Afrika. De West-Europese en “Nederlandse” ooievaars vliegen via Gibraltar naar de Nigerdelta ten zuiden van de Sahara.

STORK (Stichting Ooievaars Research & Knowhow)
Sedert 2009 behartigt de stichting STORK de belangen van de ooievaar. STORK begeleidt nu ook de wintertellingen van ooievaars. De eerste was in 1995. Sinds 2001 wordt er jaarlijks een wintertelling gehouden. Deze wintertellingen geven een goed beeld van het trekgedrag. Deze winter, op 17 en 18 januari (2026), zijn er 895 overwinterende ooievaars geteld. Uit eerdere tellingen en het aflezen van ringnummers wordt duidelijk dat jonge, eerstejaars ooievaars bijna allemaal op trek gaan naar Afrika en daar de eerste twee jaar van hun leven blijven. Van de oudere ooievaars die hier gebroed hebben, gaat 60 tot 65% op trek en blijft 35 tot 40% hier overwinteren. De overwinteraars zijn dus oudere ooievaars.

Spanje
De ooievaars die wel vertrekken, gaan lang niet allemaal naar Afrika. Veel blijven er in Spanje en Portugal overwinteren. De winters zijn er mild en er is veel voedsel te vinden. Ze verblijven vooral in de centrale, zuidelijke en westelijke regio’s in moerassige riviergebieden. Extremadura is o.a. een belangrijk ooievaarsgebied. Een belangrijke voedselbron zijn ook de open vuilnisstortplaatsen, waar het afval zelf, maar ook de vele muizen en ratten voedsel opleveren. Spanje heeft door de gunstige leefomstandigheden een grote ooievaarspopulatie (33.000); naast overwinteraars zijn er ook inheemse ooievaars die niet meer trekken en zich gedragen als standvogels.

Waarom keren ooievaars altijd weer terug naar de plek waar ze vandaan komen?
Ook als het bv. in Spanje zo goed toeven is. Ooievaars zijn trouw aan de plek waar ze geboren zijn en zullen daar of daar in de buurt weer hun nest maken. Het ooievaarspaar uit de IJskelder was daar dus vorig jaar ook. Ooievaarsparen zijn niet zozeer trouw aan elkaar, maar trouw aan de plek waar ze vandaan komen.

Klimaatverandering
Omdat de ooievaar hier bijna was uitgestorven in de vorige eeuw, is het moeilijk om te zeggen wat voor invloed klimaatverandering precies heeft gehad op het trekgedrag. Er zijn bijvoorbeeld geen gegevens te vinden over het aantal overwinteraars van voor 1940. Dat het klimaat van invloed is, is duidelijk. Ooievaars houden van een mild klimaat en drassige gebieden met voldoende voedsel. Als winters milder worden en het voedsel in de winter bereikbaar blijft, zal een aantal ooievaars liever hier blijven.

Tekst en foto door: Liesbeth Benneheij

Gebruikte en/of interessante sites: