Taxodium_distichumOp de hoek van de Wilgenlaan, naast tuin 38 staat een bijzondere boom. Het is een moerascipres, lid van de taxusfamilie, zoals zijn Latijnse naam ‘Taxodium distichum’, al aangeeft. Maya en Ger Clarijs hebben hem geplant zien worden, ongeveer 30 jaar geleden, door hun toenmalige buurman ome Piet Damme. Het was toen een stekje van nog geen meter hoog.

Water- of moerascipres?
De boom lijkt veel op de grote watercipressen, de metasequoia’s.  Toch zijn er als je goed kijkt een paar opvallende verschillen. Het blad van de metasequoia is regelmatiger, bij de moerascipres lijken de kleine takjes wat slordig bevestigd aan de twijgjes. Anders dan bij de metasequoia zijn bij de moerascipres in de winter de nieuwe bladknoppen bijna niet zichtbaar. Ook houdt hij zijn naalden wat langer vast in de herfst. Want beide soorten verliezen hun naalden, ongebruikelijk voor cipressesoorten. De moerascipres wordt eerst geel of oranje en later prachtig donkerrood tot bruin. De moerascipres heeft naalden die aan de onderzijde twee grijze strepen hebben, de naalden van de metasequioa zijn aan de onderkant grijsgroen. De naalden van de moerascipres zijn wat korter dan die van de watercipres.

Natte voeten geen probleem
Een moerascipres groeit goed in waterige omstandigheden. Hij zal niet snel ook niet snel omvallen door zijn stevige wortelgestel, ook al heeft hij weinig vaste grond onder de voeten. Van nature groeit de boom in Florida, in de Everglades. In dit waterrijke en zompige gebied staat hij soms het hele jaar met zijn voeten in het water. Bijzonder van de moerascipres is dat hij ook in het water kan ‘ademen’. Als hij lang nat staat ontwikkelt hij luchtwortels, of knietjes vanaf de wortels tot boven het wateroppervlak om meer zuurstof op te nemen.

Het zal niet verwonderen dat het hout van de moerascipres zeer goed bestand is tegen houtrot. In Amerika wordt het bijvoorbeeld vaak gebruikt voor dakbedekking, dakgoten en doodskisten.

Stokoud
In het voorjaar bloeit de boom met groengele katjes. Later vormen zich groene knikkervormige kegels. In de herfst en winter zie je de ronde kegels goed. Ze liggen ook overal om de boom heen op het pad: als ze rijp zijn gaan de schubben open staan. Daartussen zitten de zaden. Moerascipressen kunnen tot veertig meter hoog worden, maar dat duurt tientallen jaren. De boom op ons complex is nog een jonkie want ze kunnen wel duizend jaar oud worden. In Europa werden de eerste exemplaren in 1640 in Engeland ingevoerd. In Arboretum Trompenburg staat een moerascipres uit 1870.