Beheer en onderhoud van de Bostuin van VTV Blijdorp

De Bostuin is de strook die ons complex aan de noordkant afsluit. Hij is ongeveer 130 m lang en 6 tot 8 meter breed. Een flinke lap dus. Tot enkele jaren geleden heette deze strook de Vlindertuin. Maar toen door de veranderingen op het complex er aan de zuidzijde ruimte vrij kwam, waren daar betere mogelijkheden voor een echte Vlindertuin. Er is daar meer zon en de Bostuin werd voortaan beheerd als een natuurrijke bosrand. In feite is dat hetzelfde beheer als toen het nog Vlindertuin heette. De plek is tenslotte hetzelfde gebleven.

Door: Ria Lenferink

Ecologie

Het beheer van de Bostuin is ecologisch en milieuvriendelijk:

  1. Ecologisch: rekening houden met bodem, grondsoort en reliëf, aandacht voor flora én fauna en de onderlinge betrekkingen, toepassing van vooral inheemse planten van halfschaduw en van stinzenplanten, zo weinig mogelijk ingrepen door regelmatig kleine werkzaamheden en vrijwel nooit grote werkzaamheden uit te voeren, volhouden van ingezet beheer (= bestendig beheer).
  2. Milieuvriendelijk: geen bestrijdingsmiddelen, geen kunstmest of andere bemesting en geen waterverspilling.

Het beheer is niet dat van een natuurtuin. Dan zou je de natuur zijn gang laten gaan en alleen af en toe maaien of kappen. Het beheer in de Bostuin is dat van een wilde-plantentuin. Dit lijkt op regulier tuinieren, maar dan met voornamelijk inheemse soorten en gericht op samenhang flora – fauna (ecologisch), inclusief selectief wieden en selectief snoeien en het aanplanten van gewenste soorten.

Beheerplan

Om voor flora en fauna én voor mensen (het is tenslotte een tuin voor de leden en voor wandelaars van buiten ons complex) goede omstandigheden te scheppen is er een plan gemaakt waarin e.e.a. puntsgewijs op papier staat.

Enkele facetten uit het beheerplan:

  • Mensvriendelijk
    • De randen en perkjes aan de voorkant worden netjes gehouden en er zijn in voorjaar en zomer bloeiende planten.
    • Te ruige onkruiden worden doorlopend weggewied.
    • Er zijn wandelpaadjes en enkele plekken om te zitten.
    • Er is variatie in begroeiing, in doorzicht en in reliëf.
    • Het is een bron voor genieten, natuurbeleving en natuurstudie.
    • Het verhoogt de betrokkenheid van de leden bij de natuur.
    • Het biedt ook wandelaars van buiten gelegenheid om te genieten e.d.
  • Diervriendelijk
    • Beheer en onderhoud zijn gericht op vogels (voedselplanten, nestel- en schuilgelegenheid)
    • Gericht op vlinders, bijen en hommels: o.a. waardplanten voor vlinderrupsen en nectarplanten voor vlinders, hommels en bijen.
    • Kleine zoogdieren, als egels en muizen, en padden kunnen er foerageren en overwinteren.

Enkele aandachtspunten waardoor dat allemaal mogelijk wordt gemaakt:

  • Aanbrengen en handhaven van variatie in plantensoorten, in reliëf, in wel en niet wintergroene soorten, in hoog en laag, in open en dicht.
  • Regelmatig snoeien en wat takken of zelfs bomen weghalen zodat er voldoende licht op de bodem valt voor de (meestal) halfschaduwplanten en de struiken. Niet teveel tegelijk. Een argeloze voorbijganger moet het niet eens opvallen.
  • Zorgen dat er jaarrond voldoende besdragende en nectarproducerende planten zijn. Dit zijn vooral inheemse soorten.
  • Zorgen dat de bodem zoveel mogelijk bedekt is met planten. Dat is een natuurlijke situatie.
  • Er wordt niet geschoffeld. Dan maak je de grond los en dat geeft lastige pioniersoorten juist weer kans om te ontkiemen. Al het “onkruid” wordt gewied of afgeknipt. Die onkruiden, zoals brandnetels, kleefkruid, zevenblad en haagwinde, horen hier wel thuis, maar ons bosrandje is te klein voor dergelijke woekeraars.
  • Door klimplanten wordt het biotoop vergroot in verticale richting. Met name de klimop is erg belangrijk, maar: ook hier geldt “met mate”. Gefaseerd naar ruimte en tijd worden klimopstammetjes doorgezaagd.
  • Staand en liggend dood hout is erg belangrijk in een natuurlijke tuin. Het levert vestigingsplaatsen voor mossen en paddenstoelen, er leven allerlei beestjes in en op en daar leven o.a. sommige vogels weer van. Er zijn stammetjes langs de paden, enkele snoeihoutstapels en een takkenril. Vogels kunnen hierin schuilen en nestelen. Uiteindelijk verteert al dat hout en wordt het weer opgenomen in de kringloop, wat erg belangrijk is voor de kwaliteit van de bodem en gunstig voor de erop levende planten.
  • Dit alles vraagt een goede planning.

Het werk in de Bostuin

Het werk wordt uitgevoerd in de tuinbeurten op de zaterdagochtenden. Maar het is ook mogelijk om in overleg met de tuincommissie hier een stukje te adopteren wat je dan af en toe bijhoudt. Dit valt buiten de werkuren. Je leert dan iets over ecologisch beheer en kunt na gedane arbeid extra genieten op een stoeltje aan de waterkant. Daar zie je als je even rustig zit altijd veel vogels en als je geluk hebt, komt de “blauwe flits” (ijsvogel) langs scheren, in een strakke lijn vlak boven het water, op zoek naar visjes.

Heb je in je tuin planten over die goed passen in de Bostuin, dan kunnen die misschien in overleg worden aangeplant. Maar het omgekeerde geldt ook: zie je er  planten die je in je tuin zou willen, vraag dan tijdens een tuinbeurt om een pol, een stek of zaad. Van iets wat het goed doet, is altijd wel iets over.