onkruid

Boompjesopslag

Niet zozeer onkruid, maar wel lastig en niet op zijn plek, want veel te groot wordend, in de meeste tuinen.

Zaden van els, berk, wilg, spaanse aak, esdoorn, maar vooral es (met zwarte knoppen), slaan altijd en overal op in tuinen in de buurt van dergelijke bomen. Dat is op zich geen probleem. Probeer ze tijdig op te sporen en te herkennen. Dan zijn ze nog uit te trekken of uit te graven. Doe je dat niet, of knip je ze af, dan wordt het wortelstelsel steeds groter en krijg je ze er moeilijker uit zonder schade aan de omringende planten.

In veel tuinen staan elzen en essen die daar nooit geplant zijn, maar aan de aandacht zijn ontsnapt. Ze worden groot, zorgen voor veel schaduw en zijn beter op hun plek in bossen en plantsoenen. Ze zijn stiekem je tuin in gekomen, maar zijn ze eenmaal op een bepaalde maat gekomen, dan moet je er wel een kapvergunning voor aanvragen!

Klimop (Hedera helix)

Klimop (zowel de klimmende als de bodembedekkende variant) is ecologisch interessant. Bloeit in het najaar en geeft dan nectar voor late insecten en heeft bessen net na de winter als er niet veel vogelvoedsel meer is. Aan muren en schuttingen kun je het jaarlijks terugsnoeien, zowel op hoogte als scheren aan de voorkant zodat het niet te dik wordt.

Klimop in bomen is, in beperkte mate, geen probleem. Het haalt geen voedsel uit de boom en wurgt de boom ook niet. Hij hecht zich alleen maar vast. Alleen als de massa te groot wordt, wordt de boom windgevoeliger.

Klimop die over de bodem groeit kan snel flinke oppervlakken vullen met mooi glimmend groen blad. Maar er groeit dan vrijwel niets anders meer. De wortels vormen een dikke ondoordringbare laag en zijn lastig te verwijderen. In de Bostuin wordt het op veel plekken gehandhaafd voor een mooi groen beeld, ook in de winter.

Bonte gele dovenetel (Lamium galeobdolon subsp. argentatum)

Deze vaste plant is een ondersoort van de inheemse Gele dovenetel (uit Oost en Zuid-Nederland) die geen zilvergevlekte bladeren heeft. Ze groeien snel alle kanten op, oftewel woekeren nogal, door middel van hun lange liggende stengels die overal wortel schieten. Als bodembedekker misschien handig, maar de snelle groeiers overgroeien andere planten en zo wordt het een monocultuur.

Op zich zijn het mooie planten met fraaie gele lipbloemen in april. En ook nog eens aantrekkelijk voor hommels en bijen. Maar er zijn nog zoveel andere mooie bodembedekkers. In de Bostuin staan ze volop, maar ook daar houden we ze wel in toom. Ze mogen niet overal staan.

Verwijdering kan door middel van handmatig uittrekken en dit volhouden. Verwijderde planten mogen niet in de natuur worden gedumpt, want het is een invasieve exoot.

Pitrus (Juncus effusus)

Dit is een enigszins op gras of zegge lijkende zeer sterke overblijvende plant uit de Russenfamilie. Komt van nature voor in vochtig of verwaarloosd grasland.

De altijdgroene stengels zijn rolrond, 3 mm dik en gevuld met wit sponsachtig merg (pit). Er zitten geen bladeren aan de plant. In de zomer bloeit de plant met een bruin propje halverwege de stengels. Er worden veel zaadjes gevormd die aan vogels blijven hangen en zo verspreid worden.

Ze ontkiemen op kale stukjes vochtige grond langs de slootkant of in je border of groentebed. De volwassen plant (tot 100 cm hoog) vormt met zijn uitlopers snel meerdere planten. Als je ze bijtijds in de gaten hebt, worden het geen grote dikke bossen en kun je ze nog gemakkelijk uittrekken.

Kruipende boterbloem (Ranunculus repens)

Deze boterbloem lijkt veel op de Scherpe boterbloem, die ook in grasland en bermen groeit. Maar de Scherpe (die in de Vlindertuin staat) maakt geen uitlopers. De Kruipende (vandaar zijn naam) doet dat dus wel en bedekt op die manier snel hele stukken grond en gaat daarbij ook over en door andere planten heen. Om ze dan nog te verwijderen, is een hele klus.

De uitlopers gaan bovengronds, maar de beworteling natuurlijk niet en die wortels zitten zeer stevig verankerd. Als je zo’n stuk hebt gerooid, blijf je zitten met een kale plek in je border of grasveld. De gele bloemetjes leken dan wel heel mooi, maar schijn bedriegt. Wil je toch boterbloemen, vraag dan een handvol zaden van de Scherpe boterbloem. Dat is een mooie hoge vaste plant die niet aan de wandel gaat.

Onderscheid Scherpe en Kruipende boterbloem: de kruipende heeft bladeren die in 3 ingesneden lobben zijn verdeeld en waarvan de middelste lob altijd een steeltje heeft. Ook zijn de bladeren breder dan van de Scherpe boterbloem. Bij twijfel: vraag het aan iemand van de tuincommissie of stuur een duidelijke foto van het blad.

Bramen (Rubus fruticosa)

Mooie bloesem in mei en lekkere bramen in augustus en september. Nuttig voor bijen en vogels. Een sieraad langs bosranden en houtwallen. Maar zo’n braamstruik met stekels in je tuin is vaak net iets té. Ze maken lange twijgen die daar waar ze de grond raken gaan wortelen en een nieuw struikje vormen, enzovoorts. De zaden uit rijpe bramen zorgen voor opslag van jonge braamstruikjes als je even niet kijkt. Op die manier heb je binnen de kortste keren een ondoordringbaar bramenstruweel in je tuin. Ook al heb je zelf geen bramen in je tuin, de vogels brengen de zaden wel naar je toe. Trek of graaf de jonge struikjes zo gauw mogelijk uit.

Wat wel goed kan in een tuin is een doornloze braam aan een rek of langs draden. Een plekje in de zon, vochtige grond, beetje mest en compost, goed snoeien en uitlopers verwijderen. Geeft smakelijke vruchten.

Kleine veldkers (Cardamine Hirsuta)

Dit is een onkruidje dat in elke tuin wel voorkomt, soms massaal. Het kan het hele jaar door opschieten uit zaad en bloeit dan al na korte tijd. Dat kan al in het vroege voorjaar tot in de herfst/winter.

Omdat het een eenjarig plantje is, verdwijnt het ook weer. Maar pas nadat het zaad rijp is (en dat is een kwestie van enkele weken) en rijkelijk in het rond is gesprongen. En dat veroorzaakt dus de snelle groei en bloei.

Het wordt maar enkele centimeters tot maximaal 30 cm hoog. De bloempjes zijn heel klein en wit.

De leuke, beetje veervormige rozetjes die uit het zaad opschieten zijn klein, maar als je er oog voor krijgt, zie je het overal opkomen in het voorjaar of zachte winter. Vooral op kale stukjes grond en nog voordat ander onkruid opkomt. Op zich dus goed te zien en heel makkelijk uit te trekken. Bij een beetje handhaven heb je er verder geen last van.

In plaats van op de composthoop te gooien kun je het eten. De hele plant is eetbaar.

Het plantje is een soort vergeten wintergroente met veel vitaminen en smaakt peperig, vergelijkbaar met sterrenkers of tuinkers. Het kan gegeten worden als broodbeleg, in salades en in stamppot. Je zou er ook een veldje van kunnen laten groeien…

Houttuynia Cordata

Fraai roodgerand of –gevlekt blad en fraaie witte bloem, maar… wat een woekeraar. De wortelstokken groeien dwars door de wortels van andere planten heen. En verwijderen is lastig, want elk overgeslagen stukje groeit weer uit tot een complete plant.

Vergelijk het wat dat betreft met Zevenblad. De plant hoort tot de invasieve exoten. Wil je ‘m toch in je tuin (handhaven), sluit ze dan op in een bak of omboord perkje en hou het goed in de gaten.

Soms krijgen mensen het plantje met het mooie blad of de schattige bloempjes cadeau en zitten dan met de gebakken peren. In tuincentra wordt je er niet voor gewaarschuwd.

Canadese guldenroede en Late guldenroede

De Canadese guldenroede en Late guldenroede (Solidago Canadensis & Solidago gigantea) lijken sterk op elkaar en gedragen zich ongeveer hetzelfde, namelijk lastig!

Ze komen oorspronkelijk niet voor in Europa en zijn als sierplant ingevoerd. Deze exoten gedijen echter goed en verwilderde planten hebben inmiddels een vaste plaats in de Europese flora verworven. Het eiland Tiengemeten staat er vol mee. Ook in onze tuinen komt men het hier en daar tegen.

Met zijn uitlopers (wortelstokken) kan de plant grote oppervlakken bezetten.

Bovendien produceren ze grote hoeveelheden zaad, dat door de wind verspreid wordt, dus flinke afstanden kan overbruggen. Door deze combinatie worden ze beschouwd als zeer bedreigende invasieve soorten voor de biodiversiteit in Europa. Bestrijding kan door de planten met de wortelstokken uit te trekken (op kleine groeiplaatsen) of herhaaldelijk te maaien/mulchen en inzaaien/aanplanten van inheemse soorten.

VELT adviseert het volgende:

Bij het manueel verwijderen van de planten en wortels moet je heel zorgvuldig te werk gaan en goed opletten dat je alles weghaalt. Zeker niet frezen of hakken, want dan krijg je heel veel nieuwe planten. Gebruik daarom eerder een riek om de wortels bloot te leggen. Vergeet ook niet de uitgebloeide bloemen te verwijderen om uitzaai naar je buren en de natuur te vermijden. Is het uitgraven van de wortels onvoldoende, dan kun je overwegen om de grond tijdelijk (toch minimaal één jaar) af te dekken met karton en mulchmateriaal erbovenop of gras te zaaien dat je dan frequent maait. Na een tijd zou Guldenroede het daarmee moeten opgeven.

Een positieve noot is dat het een heel waardevolle stuifmeelbron is voor hommels en bijen in de nazomer. Dus eventueel beperkt in je tuin te handhaven?

De inheemse Guldenroede (Solidago virgaurea) is een zeldzame plant en komt in het oosten en zuiden van het land soms voor.

VTV’s Vreselijkste Volkstuin Verpesters deel 2

Deel 1 behandelde de 10 lastigste onkruiden van VTV Blijdorp.

Introductie

De onkruiden die we in dit artikel uitlichten zijn vrij algemeen bekend en vrij algemeen tot zeer algemeen voorkomend op ons complex. Sommige ervan zijn ecologisch best interessant, b.v. vanwege de vruchten voor vogels (braam, klimop), de nectar en stuifmeel voor insecten (braam, guldenroede, bonte gele dovenetel) of als waardplant voor vlinders (brandnetel, klimop). Maar ze kunnen, als je ze niet bijtijds in de gaten hebt, erg lastig te verwijderen zijn. Niet dat dat moet, maar ze kunnen erg veel plaats gaan innemen en andere planten verdringen of overgroeien.

Belangrijk is dus om de kiemplanten al te kennen, zodat je kunt bepalen óf en wáár je ze eventueel wilt handhaven. Verwijderen gaat dan meestal nog een stuk gemakkelijker dan wanneer de wortelstok al alle kanten is opgegaan.

Veel van deze planten dragen dus wel bij aan de biodiversiteit in onze natuurlijke en halfnatuurlijke omgeving, maar zijn minder geschikt voor een tuin met beperkt oppervlak.
Harig wilgenroosje en Kruipende boterbloem zijn bijvoorbeeld mooie en nuttige planten, maar liever in de bermen en langs de waterkanten buiten het volkstuincomplex. Op Guldenroede, Bonte gele dovenetel en Houttuynia na zijn het inheemse planten. Die drie soorten horen bij de zogenaamde invasieve exoten en moet je dan ook nooit buiten een tuin uitplanten of –zaaien of dumpen.

Natuurlijk zijn er veel meer planten die je als onkruid kunt beschouwen. Dat hangt af van wat je wilt in je tuin. Maar als je bijvoorbeeld geen paardenbloemen in je gras of gras in je border wilt, dan is dat een kwestie van wieden en uitsteken en niet zozeer van plantenkennis. Een beetje plantenkennis om onderstaande planten te herkennen is wel nuttig.

De top 10

1 – Canadese Guldenroede (Solidago Canadensis)
2 – Houttuynia cordata
3 – Kleine veldkers (Cardamine Hirsuta)
4 – Harig wilgenroosje ((Epilobium hirsutum)
5 – Braam (Rubus fruticosa)
6 – Kruipende boterbloem (Ranunculus repens)
7 – Pritus (Juncus effusus)
8 – Bonte gele dovenetel (Lamium galeobdolon subsp. argentatum)
9 – Klimop (Hedera helix)
10 – Boompjesopslag